Foto:

Ton Koppenol: de lente van 1740

  Column

Voordat ik iets ga schrijven over de beruchte lente van bijna 280 jaar geleden, eerst nog een paar opmerkingen over "wolken en weer".

Vorige week passeerden altocumulus en cirrus de revue. Afsluitend wil ik iets zeggen over de lenticularis. Het is een wolkentype dat je in Nederland niet zo vaak ziet. In bergachtige streken echter is de lenticularis of lenswolk een stuk algemener. De vorm ervan is indrukwekkend en lijkt soms wel op een enorme vliegende schotel. Dit wolkentype bevindt zich hoog in de atmosfeer en geeft geen regen. Uiteraard zijn er nog veel meer wolkensoorten, maar het zou te ver voeren om al die subtypes hier te behandelen.

De winter van 1740 was streng, met name januari bracht af en toe bijzonder koud weer. Rond 10 jan, bijvoorbeeld kwam het kwik maar amper boven de -20 uit. Er heeft rond die tijd destijds een aantal schaatsers op één dag alle 11 Friese steden bezocht. (Toen al!)

Ook februari deed wat de kou betreft zeer behoorlijk mee, geen wonder dus dat de temperatuur van het zeewater voor onze kust eind februari in de buurt van het vriespunt lag. Het begin van de lente verliep zeer koud met veelal lichte tot matige vorst 's nachts en een beetje dooi overdag.

Op 13 maart reden er nog karren met begeleider over het IJsselmeer (toen nog Zuiderzee). Ook april was erg koud, op 8 april bijvoorbeeld komt het kwik 's middags maar amper boven 0 uit. Tijdens de laatste lentemaand (mei) is het echt onvoorstelbaar koud voor de tijd van het jaar, op 3 mei bijvoorbeeld valt er in Venlo ruim 30 centimeter sneeuw en zelfs Keulen meldt dan sneeuwval.

Er is via statistiek door iemand wel eens uitgerekend welke maand uit de weerhistorie van Nederland qua kou het moeilijkst is te overtreffen. Je denkt dan aan februari 1956 (-6,7) of maart 1845 (-2,3), maar nee, het is mei 1740. De gem. temp. bedroeg toen 7,5 graden en dat is een stuk kouder dan een normale aprilmaand van toen en uiteraard van tegenwoordig. De mensen destijds zagen smachtend uit naar de zomer, maar helaas die kwam niet, met een gemiddelde temperatuur van slechts 14,2 graden werd het één van de koudste zomers "ooit". Gelukkig hadden ze september nog, want die verliep warmer dan normaal. Op sommige middagen werd het zelfs warmer dan 20 graden. Wat zullen ze ervan genoten hebben! De vreugde echter was van korte duur want de rekening werd al gauw gepresenteerd, oktober verliep namelijk bijna recordkoud.

Het zal u niet verbazen dat de gemiddelde jaartemperatuur van 1740 met 6,5 graden uniek koud is geweest. De gemiddelde jaartemperaturen zitten tegenwoordig boven de 10 graden.

Ook de huidige mei gaat te koud worden maar vergeleken met mei 1740 is het een watje.

Meer berichten