Logo papendrechtsnieuwsblad.nl


Ton Koppenol: de ijstijden

  Column

DE IJSTIJDEN

Door een typefout zag de titel van vorige week er een beetje vreemd uit, er had natuurlijk moeten staan :"singulariteiten".

Hoewel onze verlangens gericht zijn op zonnig en warm zomerweer toch eerst nog even iets heel anders. De afgelopen 2,5 miljoen jaar hebben er op het noordelijk halfrond ongeveer 22 ijstijden plaatsgevonden. Ze duurden elk ongeveer 100.000 jaar, de tussenliggende warmere perioden (interglacialen) hadden over het algemeen een minder lange adem en hielden het soms al na enkele tienduizenden jaren voor gezien. De laatste ijstijd (het Weichselien) eindigde zo'n 10.000. jaar geleden, het landijs was toen gevorderd tot Noord-Duitsland maar zuidelijker kwam het niet.

Tijdens het Saalien (de voorlaatste ijstijd) wist het ijs ons land wél voor een flink deel te bedekken (van Texel tot het zuidoosten van Drenthe), op die lijn echter ontstonden uitstulpingen, de zogenaamde gletsjertongen, die nog een kleine 100 km. zuidelijker reikten (Amsterdam - Nijmegen). Die gletsjertongen waren enorme bulldozers met een hoogte van ongeveer 200 meter en wisten op hun weg zuidwaarts het bestaande landschap onherkenbaar te veranderen. Zo ontstonden de Veluwe, Salland, de Utrechtse heuvelrug (Grebbeberg) en de stuwwallen in de omgeving van Nijmegen etc.. Op die stuwwallen rond Nijmegen zal ik volgende week terugkomen.

Tijdens het Elsterien (de ijstijd voorafgaand aan het Saalien) kon het ijs ons land ook bereiken, maar dat betrof alleen de noordelijke provincies. Door recent bodemonderzoek is gebleken dat niet kan worden uitgesloten dat het ijs tijdens nóg 9 ijstijden het noordoosten van ons land heeft weten te bereiken. Zoals ik al eens eerder heb gezegd laat iedere periode uit het verleden zijn sporen na. Naarmate je dieper het verleden induikt wordt het natuurlijk lastiger om betrouwbare gegevens boven water te krijgen want de natuur is meedogenloos als het gaat om het uitwissen van gebeurtenissen die toch echt hebben plaatsgevonden. ( door erosie etc.) Omdat de onderzoeksmethoden steeds verfijnder worden komen we steeds meer te weten over het "verre" verleden. (wordt vervolgd)

Tot slot de vooruitzichten. Voorlopig warm en over het algemeen zonnig weer.

Meer berichten




Shopbox